Wikia


Hallo iedereen,

Alfons Poppentheater is gemaakt voor het schrijfonderdeel van Schrijf-O-Ween, een wedstrijd die (je raadt het niet) helemaal in het teken staat van Halloween.

Pas op
Leeswaarschuwing!

Dit verhaal kan schokkend zijn en/of spanning veroorzaken en is niet geschikt voor lezers onder de 12.


Alfons Poppentheater

Het was een donkere decemberavond. Het enige wat men op straat hoorde was het geklater van de regen op de stenen, en het klapwieken van vogels, die hun toevlucht zochten onder het dichte bladerdek van een boom.

De straten werden zwak verlicht door lantaarnpalen en het licht van een dunne maansikkel. Het was een armoedige straat: niet in het centrum, maar in een buitenwijk waar het gonsde van de criminaliteit. Alle winkels die de huur van een goed pand niet meer konden betalen, kwamen hier terecht. De meesten waren gesloten, maar in één van de winkels brandde licht.

Een klein figuur kwam tevoorschijn vanuit de schaduwen. Zijn voetstappen galmden door de straat en ook het geklots van het water in zijn rubberen regenlaarzen was goed hoorbaar. Zijn handen waren in zijn zakken gestoken en een capuchon bedekte het gezicht van de voorbijganger. Hij was redelijk klein, waaruit je kon opmaken dat het nog een kind moest zijn.

De jongen liep stug door, maar de regen werd steeds heviger. Met een aarzelende blik bleef hij staan voor de winkel waar het licht brandde en keek in de etalage. Hij slaakte een gil en deinsde achteruit.

Achter het glas bevonden zich een stuk of twintig poppen. Ze keken hem aan met levensechte ogen en hun lippen waren vertrokken in een grijns. Aan het plafond hingen nog eens een aantal marionetten, en doordat de touwtjes bewogen leek het alsof ze hem wenkten. Of verbeeldde hij zich dat? De jongen knipperde met zijn ogen en de houten lichaampjes hingen meteen weer stil. Hij verroerde zich nog steeds niet en bekeek elke pop afzonderlijk. Intussen hield hij de duistere straat in de gaten, maar er bewoog niks.

Uiteindelijk overwon de jongen zijn twijfels. Na een keer geslikt te hebben deed hij de deur open. Een vrolijk belletje kondigde zijn komst aan en hij werd meteen omgeven door de geur van verf. In eerste instantie zag hij niemand, alleen maar poppen, zover hij kon kijken.

Toen hoorde hij een gekreun. ‘Goedenavond’, zei een krakende stem. Als door een wesp gestoken draaide hij zich om en zag een man zitten op een houten, krakend schommelstoeltje. Hij hield een stoffig, oud boek in zijn handen. ‘Zocht je wat?’

Huiverend schudde de jongen zijn hoofd. ‘N-nee meneer. Ik kwam alleen maar schuilen voor de regen.’ De man leek het al niet meer te horen, want hij was weer verdiept in zijn boek. Het kind haalde zijn schouders op en keek weer verder.

De ruimte stond vol met kasten, die op hun beurt weer volgepropt waren met allerlei zooi. Niet alleen maar poppen, maar ook losse kraaltjes en knopen. Het leek net een soort werkplaats, alsof er geen moeite was gedaan om de winkel ordelijk te maken.

Verderop was een deur waarop een oude, vergeelde prent hing. Het gezicht van een lachende pop keek hem aan met daaronder in een zwierig handschrift:

“Alfons Poppentheater. Voorstellingen iedere namiddag als den klok vier uren slaat.”

Hoe oud moest dit wel niet zijn? De jongen keek even naar de man, die vergeten leek te zijn dat hij er was. Vervolgens sloop hij langzaam in de richting van de deur. Wat zou hij hier aantreffen? Hij wist het niet, maar in zijn verbeelding zag hij een antieke ruimte voor zich, compleet met muurschilderingen en oude, houten stoelen.

Hij pakte de deurklink beet en voelde opeens een rimpelige hand op zijn schouder. Zijn hart leek stil te staan en heel langzaam draaide hij zich om.

‘Dacht jij dat je zomaar overal rond kon kijken?’ vroeg de man, enigszins geamuseerd. Nu hij rechtop stond kon de jongen zien hoe klein hij eigenlijk wel niet was, niet veel groter dan hijzelf.

‘Nee… nee tuurlijk niet… het spijt me meneer…’ hakkelde hij bevend. De man liet hem niet los en drukte hem eerder tegen de deur aan. Vervolgens pakte hij met zijn andere hand de deurklink vast.

De oude deur ging naar binnen open. De jongen zette grote ogen op bij wat hij daar zag. Voorin het zaaltje was een houten podium gemaakt, de gordijnen hingen slap opzij. Op stokken hingen de slappe velletjes van handpoppen, en enkele marionetten hingen met dunne koorden vast aan het plafond.

‘Wauw’, was het enige dat hij uit kon brengen. Toen deed de man de deur weer dicht. ‘Vergane glorie’, kraakte hij en liet de jongen eindelijk los. ‘Die tijden zijn voorbij.’ Vervolgens ging hij weer in zijn schommelstoel zitten en begon verder te lezen alsof er niks gebeurd was. De jongen las de poster nog een keer. Alfons Poppentheater. Hij stelde zich voor hoe de kinderen hier in rijen voor de deur stonden en daarna genoten van de voorstellingen.

Met een zucht liep hij richting de uitgang. De regen was minder geworden, maar hij was zich er nog steeds van bewust dat de ogen van de poppen in zijn rug brandden. Werd hij zo langzamerhand gek?

Hij sloot de deur met een bons. Opgelucht liep hij weer verder richting huis, wanhopig proberend de poppen uit zijn geheugen te krijgen.

Tik. Tak. Tik. Tak.

Verstijfd draaide hij zich om en zag niks. Hij werd echt gek.

Tik. Tok. Tik. Tok.

Nu zette hij het op een lopen. Het leek alsof zijn voeten vleugels kregen, zo snel ging hij. Zijn hart bonsde in zijn keel toen de voetstappen op de keien steeds sneller werden.

Tik tok tik tak tik tok tik tak.

Na een snelle kijk over zijn schouder constateerde hij dat het inderdaad drie houten poppen waren. Hun gemene kraaloogjes leken licht te geven in de duistere nacht en met hun korte beentjes wisten ze hem aardig goed bij te houden.

Hij bleef hijgend staan, een muur rees voor hem op. Hij kon geen kant meer op. Hij zat in de val.

De poppen namen nu grote, langzame passen in zijn richting. De jongen deinsde achteruit totdat hij met zijn rug tegen de muur stond.


Als je die nacht door de straten liep, hoorde je een jongen keihard gillen. En wanneer je daarna uit het raam keek zag je houten poppen lopen: geen drie, maar vier.

Einde

(1014 woorden)

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.