Heldere Hemel had zijn staart over zijn poten geslagen voor wat warmte terwijl hij stil zat in de sneeuw. Hij had training samen met een paar andere leerlingen, maar zijn gedachten weerhielden hem van opletten. Saliepoot had hier ook moeten bij zijn, dacht hij. Haar dood was zo snel gekomen, te snel, want nu hadden ze geen uitkomst voor de stemming gekregen. En dat had de sfeer niet beter gemaakt in het kamp. Het verdriet zorgde alleen maar voor nog hoger oplopende spanningen. Steenbries en Berkenvacht hadden de Clan nog proberen op te vrolijken met Heldere Hemels leerlingenceremonie, maar dat had niet gewerkt. Zeker niet toen Heldere Hemel een leerlingennaam had afgewezen. Het spijt me zeer, maar ik vind Helderpoot en Hemelpoot vreselijke namen! Clannamen zijn gewoon hartstikke lelijk en die ik nu heb, vind ik leuker.

De witte kater keek toe hoe zijn mentor wat liet zien, maar zodra hij de gevechtsbeweging herkende, wendde hij zijn kop weer af en staarde het bos in, verveeld. Hij mocht IJzelstorm erg graag, maar zijn trainingen waren oersaai. Hij wist alles al en niks was meer nieuw. Het enige wat hij echt leuk vond waren de verhalen van de oudsten. Van hun leerde hij tenminste nieuwe dingen, nou van Bessenstaart en Vogelzang dan, want Asveder had het niet zo op hem. Hij begon een beetje met de sneeuw te spelen en zuchtte. Kon hij niet gewoon meteen krijger worden? Ik weet alles al van wat ik moet weten!

Naast hem keken Buizerdpoot, Meespoot en Muntpoot aandachtig naar IJzelstorm, hun ogen groot met bewondering. Heldere Hemel snoof, niet onder de indruk, en keek naar de boomtoppen, speurend naar vogels. Van alle Clans waar hij had in terecht kunnen komen, was hij blij dat de HemelClan zijn bestemming was geweest. De DonderClan en WindClan zouden ook nog prima zijn, maar ik ben te sloom voor hazen en vogels zijn lekkerder dan eekhoorns! Hij rilde al bij de gedachte om vis te moeten eten in de RivierClan of kikkers en salamanders in de SchaduwClan. Dat is geen voedsel voor een kat! Daarbij hield hij van de manier waarop de HemelClankatten jaagden. Tussen de takken in de bomen voelde hij zich prettig en veilig.

‘Hé, Heldere Hemel!’ De boze stem wekte de witte kater op van zijn gedachtes. IJzelstorm keek hem geïrriteerd aan en snoof driftig. ‘Opletten.’ Heldere Hemel haalde zijn schouders op. ‘Ik ken de beweging al en alle trucjes die erbij komen kijken ook.’ Zijn mentor spande zijn spieren even aan en gromde zachtjes. ‘Prima, doe het maar voor dan.’ Heldere Hemel stapte naar voren en knikte. ‘Is goed’, miauwde hij. Zijn spieren waren nog koud van al het stilstaan en hij rekte ze even uit. Meespoot keek hem vol ontzag aan, waarschijnlijk had hij niet verwacht dat Heldere Hemel zo tegen zijn mentor zou spreken. Muntpoot lachte juist, alsof hij het wel leuk vond dat de witte kater IJzelstorm zo uitdaagde. Heldere Hemel ontspande zich even en haalde rustig adem. Hij zou IJzelstorm eens laten zien wat hij kon.

Met zijn achterpoten lanceerde hij zichzelf de lucht in en zodra hij zich weer naar de grond getrokken voelde, bracht hij zijn voor poten samen en strekte ze naar voren, terwijl hij de rest van zijn lichaam klein, maar lang maakte. Hij boorde met zijn poten door de dikke sneeuw en raakte toen uiteindelijk de grond. Triomfantelijk keek hij op, wachtend op IJzelstorms compliment. Zijn mentor bromde, maar Heldere Hemel wist dat hij onder de indruk was. ‘Goed gedaan’, murmelde de kater. Heldere Hemel stak voldaan zijn kin op. Dit was ook meteen voldoening voor de keer dat zijn mentor, Leeuwenvuur en Kiezelstaart hem hadden gebruikt als zwakke schakel om een grensdispuut met de SchaduwClan op te lossen, al snapte hij wel waarom.

‘Ik snap nu wel waarom ze het de Vogelduik noemen!’ miauwde Meespoot enthousiast. Die twee voorpoten vormen samen een soort snavel die je in je tegenstander boort!’ Zijn mentor, Grashart, knikte. ‘Precies, dat is ook exact de bedoeling en het past goed bij de HemelClan.’ Heldere Hemel glimlachte, hij was blij dat hij zijn opdracht goed had uitgevoerd. Bij de Stam der Zonnestralen hadden ze het de Vossensprong genoemd, omdat het erg leek op de sprong die een vos maakte tijdens het jagen, maar hij snapte waarom de HemelClan er een eigen draai aan wilde geven, al had hij nog nooit een vogel zijn snavel in een ander beest zien boren. Alleen een specht in een boom misschien.

‘Blijkbaar heeft je leerling je niet eens nodig, IJzelstorm’, zei Leeuwenvuur spottend. IJzelstorm schonk hem een scherpe blik. De spanning tussen de twee katers was nog lang niet weg en ze gebruikten elke mogelijkheid die ze kregen om de ander onderuit te halen. Heldere Hemel vroeg zich af of de ruzie tussen de twee katers was begonnen toen er onenigheid was over wie de leider van de HemelClan moest worden, of dat het eigenlijk al veel langer aan de gang ging. Zouden ze ooit nog vrienden kunnen worden als één van de twee uiteindelijk wint?

‘Dat hij toevallig een beweging kende, betekent niet dat hij niet hoeft op te letten tijdens de uitleg’, bromde IJzelstorm. ‘Dan moet je niet zulke saaien dingen laten zien’, mopperde Heldere Hemel. Zijn mentor draaide zich boos naar hem toe. ‘Als je denkt dat je zo goed bent, hou dan een oefengevecht met mij. Dan zullen we zien of je werkelijk alles al weet en mij kan verslaan.’ Heldere Hemel glimlachte en zijn poten begonnen te kriebelen. ‘Kom maar op.’

IJzelstorm strekte zijn spieren één voor één en deed nog snel een paar oefeningen, om warm te worden. Hij zag de snorharen van Leeuwenvuur en Varenvuur geamuseerd trillen. Waarschijnlijk hoopten ze zelfs dat Heldere Hemel zou winnen van zijn mentor. En dat zal ik ook doen! Ik ben groter en sterker dan IJzelstorm! Hij ontblootte zijn klauwen en ging stevig klaar staan. IJzelstorm wees met zijn staart naar zijn poten. ‘Intrekken’, beval hij, ‘we kunnen ons geen gewonden veroorloven in deze Bladkaal waarin we al onze kracht nodig hebben.’ ‘Hij is gewoon bang dat je hem een beetje pijn zal doen hoor’, lachte Leeuwenvuur. IJzelstorm keek met een strakke blik opzij en toen weer naar Heldere Hemel, die snel zijn klauwen introk.

‘Start!’ riep Varenvuur toen, maar geen van de twee kwam in beweging. Allebei wachtten ze af wie als eerste de aanval zou doen. Langzaam begon Heldere Hemel om IJzelstorm heen te cirkelen en hij hield zijn blik op de kater gericht. IJzelstorm volgde elke pootstap heel precies en liet hem niks ontgaan. Vervolgens maakte Heldere Hemel een schijnbeweging naar rechts en stormde toen via links op IJzelstorm af. Zijn mentor sprong hoog in de lucht en gebruikte de Vogelduik om hard op Heldere Hemel neer te kunnen komen. Zodra de poten in Heldere Hemels rug boorden, viel hij plat op de grond, maar gooide de kater snel van zich af en sprong overeind. Wat bozer draaide hij zich om en haalde uit naar zijn mentor, maar die pakte zijn poot beet en trok hem naar zich toe. Heldere Hemel gebruikte de vaart om IJzelstorm omver te beuken en rolde met hem over de grond, maar IJzelstorm eindigde op de top. Met zijn grote, blauwgrijze poten begon hij Heldere Hemels buik te bewerken en al snel kon Heldere Hemel geen kant meer op.

‘Zie je het nu?’ siste IJzelstorm. ‘Ik kan je nog wat dingen leren, Heldere Hemel, dus let voortaan op.’ Hij sprong van zijn leerling af en staarde Leeuwenvuur nog even uitdagend aan. Heldere Hemel krabbelde overeind en schudde de sneeuwvlokken uit zijn vacht. Hij snoof en baalde van zijn verlies. ‘Oké’, bromde hij een beetje boos. Hij stampte terug naar de rest van de leerlingen en ging zitten naast hun. Muntpoots snorharen trilden geamuseerd en hij glimlachte zwakjes. Heldere Hemel voelde zijn nekharen overeind rijzen. Hoe durft hij me uit te lachen! Alsof hij het beter had gekund. Hij klemde zijn kaken op elkaar en keek geërgerd naar IJzelstorm, die weer verder ging met zijn saaie training. Hij kan niet ontkennen dat ik de beweging perfect uitvoerde! Dat hij één gevecht heeft gewonnen, betekent niks! Hij boorde zijn klauwen in de sneeuw en keek naar de grond. Muntpoot stootte hem aan en had een plagende blik in zijn ogen. ‘Opletten.’

⊱─∘─•─∘─⊰ ☾✯☽ ⊱─∘─•─∘─⊰

Terug in het kamp, was Heldere Hemel nog steeds chagrijnig door zijn verlies. Hij strompelde over de open plek naar het leerlingenhol toe, om wat rust te krijgen, maar hij werd afgeleid door het gemopper van Asveder.

‘Wanneer gaat iemand nu eens dat dak repareren? Mij was beloofd dat het zou gebeuren!’ mopperde de grijze kater. Heldere Hemel keek in het rond om te kijken of iemand hem hoorde, want hij had zelf geen zin om dat klusje voor hem op te knappen. Maar zodra hij het leerlingenhol in wilde duiken, stopte IJzelstorm hem.

Heldere Hemel zal dat wel voor je doen’, zei hij. Heldere Hemel keek zijn mentor boos aan. Eerst had hij IJzelstorm erg gemogen, maar sinds vandaag was zijn mening over hem flink veranderd. ‘Je hoeft niet voor mij te spreken hoor’, bromde hij. IJzelstorm haalde zijn schouders op. ‘Ik ben je mentor, natuurlijk moet ik dat. Daarbij is het hartstikke handig als je die vaardigheid onder controle krijgt voor later. Plus dat het nog een leuke straf is voor het niet opletten tijdens de training’, voegde zijn mentor toe met een valse glimlach. Heldere Hemel kon er alleen niet om lachen en hij stampvoette het kamp uit. Wat een rotdag.

Een koude bries vloog door zijn vacht zodra hij het kamp uit rende en de ijzige wind sneed als een klauw door zijn oren. Het zou moeilijk zijn om goede takken en varens te vinden onder de laag sneeuw, maar gelukkig was hij op een goede plek gaan graven en had al snel de benodigdheden te pakken. Het was misschien niet van de beste kwaliteit, maar het zou het wel voor even doen. Snel stopte hij zijn verzamelde stokjes in het bundeltje dat hij van varens had gemaakt en rende toen weer terug naar het kamp. Asveder keek hem snuivend aan. ‘Dat duurde lang’, klaagde hij. Heldere Hemel wilde terug snauwen dat hij sneller was dan de trage slagen waarmee zijn hart klopte, maar hij wist al beter dan tegen een oudste in te gaan.

Met een gesloten mond begon hij aan de reparatie van het dak. Tijdens zijn verblijf bij de Stam der Zonnestralen had hij ook holen moeten maken en toen hij op reis ging nog veel meer, dus hij wist precies hoe het moest. Zo goed als dat een spin het kon, weefde Heldere Hemel ook zijn buigbare takjes in elkaar met hier en daar nog een varenblad tussendoor zodat die stevig vast zat. Toen hij klaar was, week hij even achteruit om te kijken naar wat hij gemaakt had. Zodra hij tevreden was met zijn creatie, verzamelde hij de overige stokjes en bracht ze naar buiten toe.

‘Dat heb je snel en goed gedaan!’ miauwde Bessenstaart vriendelijk. Heldere Hemel kon alleen maar naar haar knikken, want spreken ging niet. Daarna liep hij weer door naar de uitgang. Plots sprong er een grijze poes voor zijn neus en liet hij van schrik zijn stokjes vallen. ‘Waar dacht jij mee bezig te zijn?’ snauwde ze. Heldere Hemels blik verstrakte meteen toen hij haar onaardige toon hoorde. ‘Ik heb het oudstenhol gerepareerd. Is daar iets mis mee?’ vroeg hij droog. Taanpoot keek nog bozer. ‘Dat was mijn taak! Ik moest dat doen!’ Serieus? Wordt ze hier nou echt boos om? Hij rolde met zijn ogen, pakte zijn takken weer op en liep langs haar naar buiten. Helaas versperde Taanpoot hem nogmaals de weg. ‘Verontschuldig je!’ eiste ze. Boos spuugde Heldere Hemel zijn takjes op de grond en staarde nu boos terug.

‘Waarom zou ik dat doen?’ miauwde hij geërgerd. ‘Je kan me ook gewoon bedanken voor dat ik jouw klusje heb gedaan. Bij Saturo, ga je ook zo boos zijn als iemand prooi voor je vangt?’ Taanpoot zwiepte woedend met haar staart heen en weer. ‘Ik heb je helemaal niet gevraagd om het voor me te doen, ik kan het namelijk heus wel zelf!’ ‘Ik wist toch ook niet dat jij gevraagd was om het te doen’, snauwde Heldere Hemel. ‘Dus, je had het eerst kunnen vragen’, beet de poes terug. Heldere Hemel schudde zijn hoofd en schoof de takken naar haar toe. ‘Hier, breng jij deze dan terug naar buiten, dan doe je nog wat nuttigs. Waarschijnlijk vroeg Asveder het alleen maar nog een keer, omdat hij wist dat ik het beter kon dan jij.’ Taanpoots mond viel verbaasd open en klapte toen boos weer dicht. ‘Niet waar!’ riep ze. De grijze poes begon gefrustreerd door haar neus te blazen, maar Heldere Hemel had er genoeg van en stampte weg. Wat een aansteller zeg.

Hij liep naar IJzelstorm, die samen met zijn broer een merel aan het delen was. ‘Ik heb mijn taak volbracht hoor’, meldde hij. IJzelstorm knikte. ‘Goed zo, dan mag je wat uitkiezen van de prooihoop.’ Heldere Hemel draaide zich weer om en strompelde naar de hoop. Deze dag kon niet heel veel erger worden volgens hem. Zoveel doe ik toch niet fout? Of ik weet te veel, of ik doe weer te veel, het is ook nooit goed. Hij griste een roodborstje van de stapel af en keek om zich, zoekend naar een plekje om te zitten. De zwaaiende staart van Muntpoot trok meteen zijn aandacht en hij liep naar de grijs gestreepte kater toe.

Met een plof liet hij zichzelf op de grond vallen en begon aan zijn prooi. Naast hem zat Buizerdpoot somber naar zijn prooi te staren en Heldere Hemel gokte dat de kater nog steeds weinig eetlust had sinds zijn zus een kwartmaan geleden was gestorven. ‘Gaat het al een beetje beter met je?’ vroeg hij voorzichtig. Hij had ook al doorgehad dat Buizerdpoot op de training geen woord had gezegd bijna, dus misschien wilde de rode kater gewoon niet praten. Buizerdpoot haalde zijn brede schouders op. ‘Het gaat wel. Ik mis haar gewoon heel erg. En ik heb gewoon spijt dat ik niet veel tijd met haar heb doorgebracht, toen ze nog leefde. We mochten elkaar ook niet zo erg, maar ze was wel mijn zus.’ Heldere Hemel streek met zijn staart meelevend over Buizerdpoots schouders. ‘Gelukkig hebben jullie in ieder geval wel goed afscheid van elkaar kunnen nemen, toch?’ zei hij troostend. Buizerdpoot knikte langzaam. ‘Ja, gelukkig wel.’

Een bruine kater kwam grijzend op hen afgelopen en ging tegenover Heldere Hemel zitten. ‘Je hebt er een nieuwe vijand bij, Heldere Hemel’, grinnikte Adderpoot. ‘Mijn zus haat je officieel.’ Heldere Hemel rolde met zijn ogen. ‘Is ze er echt zo boos over? Ze stelt zich echt heel erg aan!’ Adderpoot knikte instemmend. ‘Helemaal mee eens, maar ik denk dat ze gewoon nog overstuur is door Zilverglans’ dood. Dat kwam zo snel opeens, waardoor ze helemaal van slag is.’ Heldere Hemel snoof. ‘Dat kan best, maar dan hoeft ze nog steeds niet zo heftig te reageren als ik haar een gunst doe.’ Muntpoot knikte instemmend terwijl hij sprak. ‘Ik zag het zeg, wat kan zij boos worden om niks zeg!’ De grijze kater ging wat rechter zitten en keek even achterom. ‘Ik heb je helemaal niet gevraagd om het voor me te doen, ik kan het namelijk heus wel zelf!’ zei hij op een hogere toon, die precies op die van Taanpoot leek. Heldere Hemel lachte, evenals Adderpoot en Muntpoot zelf. Ook Buizerdpoot kon niet zijn lach onderdrukken.

‘Je kan echt heel goed imitaties doen’, complimenteerde Heldere Hemel hem. Muntpoot haalde zijn schouders op, maar spande wel zijn spieren ietsjes aan en hief zijn kin op, waardoor hij erg macho leek. ‘Dat weet ik.’ Adderpoot gaf hem een tik om de oren. ‘Niet zo stoer doen, jij.’ Muntpoot grijnsde breed. ‘Ik hoef het niet te doen, ik ben het al!’ verklaarde hij. Adderpoot schudde zijn hoofd lachend en gooide wat sneeuw over Muntpoot heen. ‘Hier, even wat afkoeling, want volgens ben je ziek – in je hoofd!’ miauwde hij plagend. Muntpoot liet een speelse mrauw horen en wierp zich op de grotere, bruine kater. Heldere Hemel keek glimlachend toe en ontspande zich. Misschien werd de dag weer wat beter nu.

⊱─∘─•─∘─⊰ ☾✯☽ ⊱─∘─•─∘─⊰

Heldere Hemel ademde diep door zijn neus en sloot zijn ogen, zodat hij zich beter op zijn andere zintuigen zou kunnen focussen. Helaas kon hij niet zijn oren afsluiten zodat hij IJzelstorms gepraat niet meer kon horen. Jachttraining, even serieus, kan hij niet wat anders bedenken? Ik heb een aantal manen gewoon helemaal op mezelf moeten leven! Ik denk dat ik echt wel een beetje kan jagen hoor… Goed genoeg in ieder geval. ‘Heldere Hemel’, miauwde IJzelstorm streng, zwaaiend met zijn staart. Heldere Hemel zuchtte en probeerde nog wat beter te luisteren naar de geluiden van prooi om zich heen. Privétraining is misschien nog wel erger dan training met de andere leerlingen! Maar hij wist dat zijn mentor dit alleen maar deed, zodat hij hopelijk beter zou opletten, wat niet het geval was op dit moment.

‘Heldere Hemel!’ riep IJzelstorm, zo kwaad dat de vogel er van op vlogen. Heldere Hemel knipperde verschrikt met zijn ogen en keek snel in de boze gele ogen van zijn mentor. ‘Zelfs als we alleen zijn let je niet eens op!’ snauwde IJzelstorm. ‘Misschien omdat ik al weet hoe ik moet jagen. Ik heb een tijdje op mezelf geleefd, weet je, zonder dat anderen het voor me konden doen’, beet Heldere Hemel hem toe. IJzelstorm snoof geërgerd. ‘Maar nu leef je in een Clan en kan je niet alleen maar aan jezelf denken. Nu moet je veel meer vangen dan alleen, en heb ik de beste tips voor je in dit territorium, dus luister.’ Maar Heldere Hemel weigerde in te geven. ‘Nee, ik hoef het niet tien keer opnieuw uitgelegd te krijgen terwijl ik het snap. Alles wat je doet kan ik nadoen en zelfs al is het niet perfect, dan is het goed genoeg. Met mijn witte vacht in Bladkaal heb ik sowieso al een voordeel, dus maak je maar geen zorgen over dat ik te weinig prooi vang.’

IJzelstorm gromde diep. ‘Dat kan zo zijn, maar samenwerken is ook handig om te leren, dus dan kunnen we dat gaan oefenen. Goed?’ Hij probeerde een aardige stem op te zetten, maar de irritatie overspoelde zijn neppe vriendelijkheid. ‘Ik kon zelfs samenwerken met een hond, ik denk dat het wel goed zit’, bromde Heldere Hemel. IJzelstorm keek even verbaasd op, maar nadat hij knipperde, verscheen de boosheid weer. ‘Prima, je hebt dus uitdaging nodig? Dan gaan we nu jagen en spreken met elkaar weer hier af als de zon onder begint te gaan, goed?’ Heldere Hemel knikte zelfverzekerd. ‘Kom maar op!’

Meteen rende Heldere Hemel door het woud. Hij moest IJzelstorm verslaan nu en tonen wat hij wel niet kon. Dat zou hem eens laten zien! Hij stak zijn neus in de lucht en ging op zoek naar een geurspoor dat hij kon volgen, terwijl hij ook naar de boomtoppen keek om te zien of daar nog vogels te zien waren. Sterrenspoor was ook altijd zo goed in jagen geweest. Haar ogen en neus waren echt fantastisch, het enige jammere was dat ze met haar duistere gedachtes zich nooit kon focussen. En het hielp ook niet als uit het niets het uitschreeuwde van de pijn. Hij huiverde toen de gedachte weer voor hem langs flitste. Misschien is het maar beter voor haar dat ze nu op een rustigere plek is. Een plek waar ze niet last heeft van de constante angst, waarvan de geur als mist om haar heen hing. Toch waren zijn herinneringen aan haar niet alleen maar somber, er waren ook veel leuke tijden geweest. Zoals de keer dat ze zich samen gingen voordoen als hele verwarde katten, of toen Sterrenspoor in een modderpoel was beland en het pas na drie dagen allemaal uit haar vacht had gekregen. Ja, dat waren nog eens leuke tijden.

Maar hij had niet alleen dingen van Sterrenspoor geleerd als het ging om jagen. Ook van Quint, zijn beste vriend, had hij het een en ander geleerd. Hoe roekeloos de hond ook was geweest, toch leek hij soms goede trucjes te hebben. Hij nam nooit een jachthouding aan, maar liep gewoon op zijn gemakje rond, alsof er niks aan de hand was. En dat had een positief effect op de dieren om hem heen, waardoor ze zich veiliger leken te voelen, nou ja, de meeste dan. Daarna zou Quint ineens een schijnbeweging maken en niet stoppen totdat hij zijn prooi te pakken had. Een steek van verdriet schoot door Heldere Hemels maag toen hij dacht aan zijn verloren vrienden, maar maakte hem ook meteen wakker. Ik moet niet staan treuzelen! Ik moet jagen!

Zodra hij een stukje verder was, stroomde een sterke geur van eekhoorn door zijn neus en hij begon het te volgen. Al snel spotte hij het op een dunne boomstam en hij volgde het diertje naar boven. Met een grote sprong belandde hij net onder het diertje en zodra hij zijn klauwen uitstak, had hij hem te pakken. Dat is in ieder geval nummer één! Nog honderd te gaan! Hij pakte het diertje op, zodat hij het later meteen aan IJzelstorm kon laten zien in plaats van zou vergeten waar hij het gelaten had. Vervolgens spoorde hij snel een spreeuw op met een verminkte vleugel en hij doodde het gemakkelijk. Uiteindelijk ving hij ook nog een schriele muis en zat zijn mond helemaal vol, maar hij wilde nog niet stoppen. De Clan zal in ieder geval niet hongerig zijn vanavond!

Hij begon steeds meer de grens te naderen en hoopte dat hij nog snel wat zou vinden. Als hij vier stukken prooi had, wist hij zeker dat hij wel van IJzelstorm zou winnen. Nog een keer probeerde hij de lucht te proeven, maar geur van de prooi tussen zijn kaken zorgde ervoor dat hij niks anders kon ruiken. Daarom moest hij maar vertrouwen op zijn andere zintuigen. Hij vernauwde zijn ogen tot speeltjes om zo verder te kunnen zien en spitste zijn oren. Hij bleef even stilstaan, zodat het geluid van zijn pootstappen zijn concentratie niet zou verstoren. Plots zag hij een lichtbruin bolletje in de verte bewegen. Konijn! Hij zette het weer op sprinten, maar toen hij dichterbij kwam, begon hij te sluipen. Zachtjes legde hij zijn gevangen prooi weer neer op de grond en gooide wat sneeuw erover. Langzaam begon hij naar zijn volgende slachtoffer te bewegen en lette er goed op de wind hem niet zou verraden. Maar zodra het beestje op zijn achterpoten ging staan en om zich heen begon te kijken, verstarde Heldere Hemel.

Gealarmeerd zette de prooi het op rennen en hij besloot erachteraan te gaan. Maar wat heeft hem weggejaagd? Ik kan het niet zijn geweest! Zijn vraag werd beantwoord door een keiharde dreun tegen zijn kop en hij rolde over de grond. Meteen trok hij zijn klauwen uit. Was dit een aanval? Hij sprong overeind en probeerde zich focus te houden in de draaiende wereld, maar door de pijn in zijn kop lukte dat niet.

‘Oeps, sorry’, murmelde IJzelstorm toen. Eindelijk werd Heldere Hemels beeld weer wat scherper en zag hij zijn mentor voor hem staan, die zo te zien ook pijn had door de botsing. ‘Maakt niet uit’, bromde Heldere Hemel. ‘Hoeveel heb jij?’ ‘Eén, een duif’, antwoordde IJzelstorm. Heldere Hemel grijnsde. ‘Ik heb er drie, of eigenlijk vier als jij niet tegen me was aangebotst, want door jou ging hij weg!’ IJzelstorm gaf zijn borst een paar beschaamde likjes. ‘Tja, IJspels was ook altijd al de betere jager van de familie en ik kan wel begrijpen waarom.’ Heldere Hemel lachte. ‘Zie je wel! Ik zou jou eigenlijk moeten leren, niet andersom!’ IJzelstorm keek hem verontwaardigd aan. ‘Ik heb je anders nog wel verslagen bij het vechten hoor, dus onderschat me niet. Maar ik ben het wel met je eens dat je misschien wat meer uitdaging nodig hebt, dat heeft alles vandaag wel bewezen. En het spijt me dat ik dat niet eerder zag.’ Heldere Hemel haalde zijn schouders op en tevredenheid warmde hem vanbinnen op. Hij was blij dat IJzelstorm het eindelijk inzag. ‘Ach, je kent me pas net, dus ik kan het ergens ook wel begrijpen.’ IJzelstorm knikte en keek hem met glimmende gele ogen aan. Was dat respect wat Heldere Hemel zag?

‘Laten we jou stapel maar snel gaan ophalen en teruggaan naar het kamp. Ik ben helemaal uitgeput, jij ook?’ vroeg de oudere kater. Heldere Hemel knikte. ‘Dat is het beste idee wat je ooit hebt gehad’, miauwde hij plagend. IJzelstorm gaf hem een vriendelijk stootje. ‘Niet al te mondig worden, hé!’ Samen liepen ze naar de plek toe waar Heldere Hemel zijn prooi half had begraven, totdat ze opeens een oorverscheurende kreet hoorden.

‘Help!’ krijste een kat. Aan de hardheid van de stem wist Heldere Hemel dat de kat niet al te ver weg kon zijn. ‘Dat is Ambermaan!’ miauwde IJzelstorm geschokt. ‘Kom mee!’ De witte kater liet zijn prooi vallen en draaide zich om. Heldere Hemel schoot erachteraan, zijn hart hevig bonkend in zijn borstkas. Wat was er aan de hand? Terwijl ze dichterbij kwamen, vulde bekende geuren Heldere Hemels luchtwegen. Een rilling schoot van zijn kop, over zijn ruggengraat, naar zijn staart. Dit zijn die zwerfkatten weer! Maar dat was niet het enige wat hij rook. Hij werd overspoeld door de geur van angst, maar hij wist niet of het van IJzelstorm afkomstig was, of van zichzelf.

Vechtkreten vulde zijn oren samen met het bloed wat er doorheen gonsde. Eindelijk kwamen de katten in beeld en zag Heldere Hemel het hele strijdtafereel voor zich. Berkenvacht hielp Meespoot door een kat van de leerling af te rukken, terwijl Ambermaan woedend vocht tegen twee katten die gelukkig een stuk kleiner waren dan zijzelf. Grashart rolde over de grond met een gespierde grijze kater, maar werd gemeen gebeten in zijn schouder en krijste het uit van de pijn. Zelfs Dauwpoot, een medicijnkatleerling, nam een zwerfkat voor zijn eigen rekening. Heldere Hemel zag hoe de grijze kater een paar flinke klappen uitdeelde. Waar heeft hij ooit zo goed leren vechten? Medicijnkatten doen daar toch helemaal niet aan?

Grashart krijste het nogmaals uit en bloed begon hevig uit zijn wond te stromen. Heldere Hemel wendde zijn kop van Dauwpoot af en rende naar de grijze kater toe. Hij greep de zwerfkat bij zijn nekvel en wierp hem van Grashart af. Woedend begon zijn tegenstander te sissen en hij haalde uit. Zijn klauwen scheurden over Heldere Hemels neus en bloed droop in zijn mond. Heldere Hemel maakte zich groot en ontblootte zijn tanden en klauwen. Hij zou niet nog een keer het slachtoffer worden van deze schurftpelzen.

‘Denk je dat je me bang maakt?’ spuugde de gespierde grijze kater, zijn stem zwaar en dreigend. Heldere Hemels ogen vlamde op. ‘We zullen zien.’ Hij spande zijn achterpoten aan en sprong omhoog. Tijd om die Vogelduik eens toe te passen! Zodra hij naar beneden ging, stak hij zijn voorpoten uit en boorde ze in de kater. Zijn klauwen stak hij diep in het vlees van de zwerfkat en die schreeuwde van de pijn. Daarna begon Heldere Hemel zijn buik te bewerken en beet nog eens in de voorpoot van de kat onder hem.

Opeens werd hij overspoeld door nieuwe geuren. Sterke, stinkende geuren. Nog meer zwerfkatten! Angstig keek hij om zich heen. Konden ze dit wel volhouden? Hij zag Grashart weg strompelen van de strijd, heel zijn vacht zat onder zijn eigen bloed. Berkenvacht vocht inmiddels met drie verschillende katten en Meespoot moest twee anderen ontvluchten. Snel liet hij zijn nagel nog over de buik van de zwerfkat scheuren en liet hem toen gaan. De kater keek hem woest aan met zijn gele, fonkelende ogen, maar sprintte toen jammerend weg.

Heldere Hemel besloot Berkenvacht te gaan helpen en beukte één van diens tegenstanders omver. Adrenaline stroomde door hem heen en gaf hem wat extra kracht en energie. Alsof hij geleid werd door zijn eigen instinct, haalde hij telkens opnieuw uit, zonder te stoppen. Hij zou deze problematische katten eens een lesje leren! Zodra de zwerfkat een tegenaanval deed, dook Heldere Hemel weg en beukte hem in zijn zij. Toen de kat op de grond belandde, wachtte de witte kater niet meer en boorde zijn klauwen in hem. ‘Maak dat je wegkomt! En waag het niet terug te keren!’ siste Heldere Hemel. De zwerfkat krabbelde overeind, maar voordat hij wegrende, keek hij nog even achterom. ‘We zullen terug zijn en onze wraak nemen, daar mag je zeker van zijn. En als we eenmaal compleet zijn, zullen zelfs jullie dode vriendjes jullie niet meer kunnen helpen!’ Vervolgens draaide hij zich weer om en verdween in de verte. Heel even wilde Heldere Hemel hem achterna gaan, zodat de kat zou wensen dat hij dat laatste nooit had gezegd, maar zodra hij de kreet van Ambermaan hoorde, wist hij dat dat geen zin had.

Hij keek over zijn schouder en zag de beige poes vastgegrepen worden bij haar nekvel. De kat die haar beet had, schudde haar heen en weer en liet meer los. Ambermaan jammerde zoals een moederkat die net haar kit had verloren en bloed droop van haar nek af. Heldere Hemel stormde eropaf met een woeste strijdkreet. De zwerfkats ogen werden groot van schrik en hij liet de HemelClanpoes los. De bruine kater zette het op rennen, maar Heldere Hemel was niet van plan om hem te laten gaan. Hij zette zich af tegen de grond en vloog door de lucht naar de kater toe. De bruine staart belandde precies tussen zijn kaken, waardoor hij het hard naar achter kon trekken. De kater slaakte een angstige kreet en begon te piepen als een kitten. Bibberend draaide hij zich om en kromp ineen. Heldere Hemel blies hevig door zijn neus en sloeg de kater hard met zijn voorpoot. Meer was niet nodig, want hij wist toch dat de angsthaas zou vluchten en voorlopig niet meer terug zou keren.

Ineens belandde er een zwaar gewicht op zijn ruk en gleden zijn poten onder hem weg en zakten door de sneeuw. De lucht werd uit zijn longen geblazen, waardoor hij niet eens genoeg adem had om te kunnen gillen zodra de klauwen in zijn schouders werden geboord. Heldere Hemel boorde zijn nagels in de grond voor extra grip en spande toen zijn spieren aan. Hij telde tot drie in zijn hoofd en probeerde toen met al zijn kracht zijn tegenstander van zich af te werpen, maar het lukte niet. ‘Help!’ riep hij. Zijn longen begonnen te branden in zijn keel en steeds weer snakte hij naar adem, terwijl hij zich een uitweg naar vrijheid worstelde, maar het enige wat hij binnenkreeg waren sneeuwvlokken. Ambermaan klom weer overeind en schoot hem toen te hulp. Zodra de zware zwerfkat van hem af was gestoten, sprong Heldere Hemel weer op zijn vier poten en haalde hevig adem. ‘We hebben hulp nodig’, hijgde. Ambermaan knikte ernstig. ‘En Grashart moet naar Melkpoel.’

‘Meespoot!’ joelde Ambermaan naar de leerling. ‘Ren naar het kamp en haal hulp!’ De bruine kater keek om en knikte. Snel gaf hij zijn tegenstander nog een laatste mep en haastte zich toen naar het kamp. ‘Ik zal samen met Dauwpoot Grashart naar het kamp dragen, maar dan zijn jij, IJzelstorm en Berkenvacht voorlopig maar met z’n drieën. Hoe gaan jullie dat doen?’ vroeg de poes ongerust. Heldere Hemel liet zijn blik glijden over het grasveld. Er waren veel te veel katten om te kunnen winnen, maar ze moesten het dan ook alleen maar heel even uithouden. ‘We vinden wel een manier’, beloofde hij haar. Ambermaan keek hem even wantrouwend aan, maar knikte toen kort en schoot Dauwpoot toen te hulp, zodat ze daarna samen weg konden gaan.

‘Berkenvacht! IJzelstorm! Volg mij deze boom in!’ riep Heldere Hemel naar zijn twee overgebleven Clangenoten. IJzelstorm keek over zijn schouder fronsend naar achteren, terwijl hij tegelijkertijd nog steeds meppen uitdeelde aan de zwerfkat tegenover hem. Hij knikte even en duwde ze zwerfkat van zich af en vluchtte toen naar de boom waar Heldere Hemel bij stond. Berkenvacht daarentegen, kon minder makkelijk wegkomen. Zijn drie tegenstanders hadden hem bijna overmeesterd, maar in één slag had hij ze allemaal te pakken. De grijsbruine kater vocht werkelijk als een leeuw. In de paar hartslagen die hij had, draaide Berkenvacht zich om en sprintte naar de boom toe. IJzelstorm klom er snel als eerste in en Heldere Hemel sprong op de stam zodra Berkenvacht hem was gepasseerd.

‘Ja, verschuil je maar, stelletje lafaards!’ spuugde een zwerfkat naar hun. Heldere Hemel ontmoette Berkenvachts blik, zijn gele ogen waren duister en gevuld met zorgen. ‘We kunnen hier niet te lang blijven zitten, anders zullen ze naar het kamp gaan.’ IJzelstorm knikte instemmend. ‘We moeten zorgen dat ze zich om deze boom gaan verzamelen en dan kunnen we ons op hen laten vallen en meerdere slachtoffers tegelijk maken.’ ‘Je wil de Bliksemval doen?’ vroeg Berkenvacht hem. ‘Ja’, antwoordde IJzelstorm. ‘Goed idee wel, maar hoe krijgen we ze hier omheen gecirkeld?’

‘Ik weet iets!’ miauwde Heldere Hemel toen. Hij schoof wat dichter naar de rand van de kroon van de boom en deed toen net alsof hij er bijna vanaf gleed. Vlug boorde hij zijn klauwen diep in de schors van de eik en liet zijn achterpoten in het niets slingeren. ‘Aaah!’ gilde hij. IJzelstorm keek geschokt over de rand, maar knikte toen naar hem als teken dat hij zijn plan begrepen had. ‘Snel, grijp hem!’ schreeuwde één van de zwerfkatten. Heldere Hemel grimaste. Zijn plan had gewerkt. Toen de katten op hem af kwamen, trok hij zichzelf wat omhoog en haalde zijn klauwen iets meer terug, zodat hij dadelijk gemakkelijk los zou komen.

Plotseling zag hij naast zich IJzelstorm uit de boom vallen samen met Berkenvacht en Heldere Hemel volgde hen. En strekte zich uit en maakt zich snel groot. Zodra hij de haren van de zwerfkatten aan zijn pootkussentjes voelde, drukte hij ze extra hard naar beneden, maar het had minder effect dan hij dacht. Enkele katten waren al uitgeweken en hij belandde in de sneeuw. Ik was te laat met springen! IJzige kou vloeide de adrenaline door zijn aderen weg. Hij werd van de katten afgeworpen en voelde een paar hartslagen hun gewicht op zijn schouders. De zwerfkatten rukten zijn huid van hem af. De pijn die door hem heen schoot kon zelfs niet goedgemaakt worden door een oorverdovende kreet. Het deed gewoon te veel pijn om er iets tegen te kunnen doen. Maar doordat hij zo hard tegen de grond werd gedrukt, voelde hij de aarde langzaam beginnen te trillen. De versterking is hier!

‘Ik wist niet dat er zoveel katten waren!’ hoorde hij Leeuwenvuur zeggen. ‘We hebben veel meer katten nodig! Koperglans, ga snel terug!’ ‘Nee wacht!’ Dat was Steenbries, wist Heldere Hemel. ‘Wat als ze hetzelfde doen als de vorige keer? Dat dit alleen maar afleiding is? We hebben genoeg krijgers nodig om het kamp te verdedigen!’ ‘De HemelClan is heus wel groot genoeg om in tweeën verdeeld te worden’, gromde Duivenklauw. Wat staan ze daar nu te discussiëren? Help ons! Heldere Hemel slaakte een woedende kreet met alles wat hij in zich had om hun aandacht te trekken en gelukkig werkte het. De zware gewichten boven hem verdwenen en eindelijk kon hij weer normaal ademhalen. Hij mocht van geluk spreken dat hij nog leefde.

Maar zodra hij op zijn vier poten stond, voelde hij hoe weinig kracht hij nog over had. Heel zijn lichaam deed pijn. Bloed besmeurde zijn eens prachtige witte vacht en doordat hij zoveel haren was verloren, had hij het ook meteen een stuk kouder. Hij wankelde een beetje en keek om zich heen. Kon hij in deze staat wel iemand te hulp schieten? Hij zag nu alweer hoe de HemelClan de verliezende poot had. Koperglans was binnen enkele hartslagen tegen de grond gepind en Berkenvacht zat weer met drie katten tegelijk te vechten. Waar haalt hij de kracht vandaan? IJzelstorm beukte de kat van Koperglans af en stuurde de poes terug naar het kamp, voor hulp. Daarna wenkte hij naar Heldere Hemel en wees naar Duivenklauw. Heldere Hemel begreep wat hij bedoelde en samen schoten ze de grijswitte poes te hulp. Maar ze waren niet de enige, ook Leeuwenvuur en Steenbries renden naar haar toe. Het heeft geen zin om haar met z’n allen te gaan helpen! dacht hij paniekerig. En nu is Berkenvacht in zijn eentje over…

Angstig keek hij achterom naar de grote, grijsbruine kater. Een golf van zwerfkatten overspoelde de HemelClanleider en hij verdween in de verschillende kleuren vacht. ‘Nee!’ schreeuwde IJzelstorm en hij stormde op zijn Clangenoot af. Op hetzelfde moment rende Steenbries achter hem aan en beukte IJzelstorm opzij. De witte kater belandde in de sneeuw en Heldere Hemel keek Steenbries geschokt na. Waarom deed hij dat nu? Zijn vraag werd al snel beantwoord toen hij Steenbries zich in de storm van zwerfkatten zag werpen. Hij offert zich op! De grijze kater verdween evenals zijn voorganger en werd opgeslokt door zijn tegenstanders. Elke HemelClankat stond aan de grond genageld en ze hadden zelfs niet door hoe de kat die Duivenklauw had aangevallen zich ook in de zwerm stortte. Angst overweldigde Heldere Hemel als een stortbui. Hij wilde de twee HemelClanleiders zo graag te hulp schieten, maar niks in hem wilde bewegen. Ik wist het al vanaf het begin, dit is een rotdag!

Opeens klonken woedende brullen achter hem en zag hij Koperglans een grote groep katten leiden naar het gevecht, maar zijn hart maakte geen sprongetje van blijdschap. Ze waren veel te laat. De strijd was gestreden en ze hadden verloren. Een verduivelde gil was het enige wat Heldere Hemel nog kon horen, maar niemand wist van die was gekomen. Zodra de zwerfkatten de nieuwe versterking in het oog kregen, vluchtten ze allemaal weg en lieten het grasveld leeg achter. De lucht stokte in Heldere Hemels keel zodra hij het met plukken vacht bevlekte gras zag. In het midden lagen twee lijken roerloos op de grond. Heldere Hemel staarde er vol afgrijzen naartoe en kon zijn blik niet van ze afhouden. Dit kan niet waar zijn. Dit kan niet gebeurd zijn! Was de HemelClan zojuist allebei zijn leiders verloren?

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.