Uitgeput strompelde Vliegpoot terug naar het kamp. Hij had heel de dag alleen maar getraind en was doodop. Het enige wat nog in zijn lichaam leek te zitten waren zijn ribben, de rest leek allemaal zijn verbrand voor energie. Maar het was het allemaal waard geweest. In het begin hadden Schervenklauw en Vliegpoot wat jachttraining gedaan, maar jagen kon hij gelukkig al wel redelijk. Het was juist het vechten wat hij wilde verbeteren. Iedereen kan jagen en je hoeft er niet per se goed in te zijn, als het maar voldoende is om je maag te vullen! Vechten is wat geldt in het echte leven! En ik moet de allersterkste worden! Door zijn kleinte moest hij twee keer zo hard werken als elke andere kat leek het wel. Grotere katten hadden namelijk al heel hun lichaamsgewicht mee, terwijl het bij Vliegpoot alleen maar op kracht aankwam. Maar ik zal met die oneerlijkheid moeten leren leven!

Zijn ontmoeting met Hazenoor had hem een stuk vrolijker gemaakt. Hij had nu veel meer het gevoel dat het goed zou komen en was erg optimistisch over de toekomst. Maar ik moet ook niet te overmoedig worden. Dat kan alleen maar voor problemen zorgen! Bijna huppelend liep Vliegpoot het kamp binnen. Samen met Schervenklauw ging hij direct naar de prooihoop toe en pakte daar een schriel muisje van op. Maar voordat hij weg kon gaan, hield zijn mentor hem tegen en wees met zijn lichtgrijze staart naar een redelijk dik konijn.

‘Neem die maar, je harde werk moet beloond worden, dus je verdient wat extra’s!’ mauwde Schervenklauw opgetogen. Vliegpoot keek de kater stralend aan en griste toen snel het konijn van de hoop. ‘Daarbij komt nog dat je dadelijk helemaal fit moet zijn voor je volgende training!’ voegde Schervenklauw daarna nog fluisterend toe in Vliegpoots oor. De kleine kater snorde tevreden en sprong met tintelende poten op een plekje in de zon af. Hij had zoveel zin in zijn eerste training met Hazenoor! De andere leerlingen zullen niet weten wat hen te wachten staat als ik hen dadelijk versla!

Vliegpoot plofte naast het leerlingenhol neer en boorde zijn tanden in het malse vlees en het luid smakkend op. Hij had in tijden niet zo’n lekker stuk voedsel gegeten en genoot volop. Al snel had hij het grootste deel van zijn konijn op en twijfelde of hij verder moest eten om genoeg energie te krijgen, of juist moest stoppen om niet misselijk te raken tijdens het trainen. Gelukkig werd zijn keuze hem een stuk makkelijker gemaakt toen Venkelpoot naast hem ging liggen. Ze hijgde zachtjes en keek met glinsterende ogen naar Vliegpoots avondeten. ‘Zit je vol?’ vroeg ze terwijl ze haar lippen al likte. Vliegpoot grijnsde en schoof het naar haar toe. ‘Geniet er maar van!’ murmelde hij vriendelijk. ‘Schervenklauw verwent jou veel te veel! Gaf Vederzang mij maar eens wat extra’s…’ mompelde de lichtbruine poes tussen het kauwen door. Vliegpoot zwiepte met zijn staart langs haar oren. ‘Ik heb er anders hard voor gewerkt hoor!’ Venkelpoot snoof en ging weer verder met eten. Vliegpoot besloot op te staan en rekte zich gapend uit. ‘Ik ga maar eens vroeg naar mijn nest.’ Zijn vriendin keek hem een beetje somber na, maar at rustig verder. ‘Truste’, miauwde ze hem na.

Snel zocht het donker gestreepte katertje zijn mosnest op en krulde zich meteen om. Hij hoopte maar dat zijn slaap snel zou komen, want hoe eerder hij kon trainen, hoe langer ze hadden en hoe beter hij werd! Maar voordat hij zijn ogen kon sluiten, drong een dikke, donkergrijze mist het leerlingen hol binnen. Vliegpoot tilde zijn kop op en spitste zijn oren. Zijn nekharen rezen langzaam omhoog; hij vertrouwde dit niet. Langzaamaan kwam de mistwolk steeds dichterbij en Vliegpoot kroop naar achteren. Op een gegeven moment kon hij niet meer verder en sloot de mist hem in. Zijn hart begon sneller te kloppen en hij drukte zich zoveel mogelijk tegen de rand van het hol aan. Toen voelde hij opeens een tak keihard in zijn kont prikken en sprongen hij met een kreet naar voren, de mist in.

‘Welkom’, groette Hazenoor hem grijnzend. Haar oranje ogen fonkelden als een vuurtong van een vallende ster in een donkere nacht. Vliegpoot keek verbaasd om zich heen en haalde zijn poten uit de vieze modder onder hem. ‘Ben ik al in het Duistere Woud?’ Hazenoor knikte snorrend. ‘Maar hoe dan? Ik sliep nog niet eens!’ Vliegpoot fronste en keek de poes niet-begrijpend aan. ‘Zodra je in slaap viel, nam ik je al mee naar het Duistere Woud, vandaar dat het lijkt alsof je niet in slaap gevallen bent. Maar geen zorgen, niemand zal weten dat je hier bent. Op Schervenklauw na dan.’ Ze wenkte met haar staart dat hij haar moest volgen en stapte het woud verder in. ‘Laten we beginnen met trainen!’

Vliegpoot versnelde zijn pas en kwam naast haar lopen. ‘Moet ik niet eerst het territorium leren kennen?’ vroeg hij. Hazenoor schudde haar kop. ‘Ik snap niet wat dat voor zin heeft. Je hoeft onze grenzen niet te verdedigen en je hoeft hier ook niet de beste jachtplekjes te weten, want je jaagt hier niet – en ze zijn hier ook niet.’ Vliegpoot snapte het en knikte. Ze liepen nog een stukje door, totdat ze eindelijk bij een grasveldje aankwamen. Snel schudde hij de modderklonten uit zijn vacht en poten en ging tegenover Hazenoor staan. Hij was er helemaal klaar voor!

‘Wacht even!’ riep Vliegpoot uit het niets. Hazenoor keek hem verontwaardigd aan en gebaarde met haar blik dat hij gerust kon spreken. ‘Hoe kan je mij eigenlijk trainen? Je was een WindClankat toch? Kan je mij wel HemelClan vechtbewegingen leren?’ De grijsbruine poes lachte en knikte daarna. Ondanks de kille duisternis, leek ze alsnog licht te geven. Alsof ze een werkelijke geest was en Vliegpoot vroeg zich af of hij er ook zo uit zag. ‘In het Duistere Woud beheerst elke krijger alle technieken van elke Clan. Je hebt dus nog erg veel te leren!’ Ze begon haar positie in te nemen, maar Vliegpoot staarde onzeker naar zijn poten. ‘Zullen mijn Clangenoten het niet merken als ik als een WindClankat vecht? Dadelijk willen ze me daar heen sturen of denken ze dat ik stiekem met een WindClankat afspreek!’ Hazenoor keek hem droogjes aan. ‘Maar dat doe je toch ook?’ ‘Ja, maar …’ Hazenoor liep naar hem toe en drukte zich geruststellend tegen hem aan. ‘Luister, je hoeft ze ook niet aan je Clangenoten te laten zien. Het gaat er gewoon om dat je ze kan gebruiken in een echt gevecht. En wie weet kunnen we ze wel combineren! Een HemelClan vechtbeweging en één van de WindClan, dan zal het ze niet opvallen en zal je juist erg uniek zijn. Zelfs de oudere krijgers zullen onder de indruk zijn!’

Vliegpoot grijnsde breed en zijn ogen begonnen te glinsteren. ‘Dat zou fantastisch zijn!’ Hazenoor knikte en liep terug naar haar plek. ‘Laten we meteen beginnen dan!’ Vliegpoot rekte zich vlug uit en spande zijn spieren aan. Zijn borst stak hij zelfverzekerd vooruit. Hij voelde zich hier helemaal op zijn gemak. Eindelijk waren er geen pestende opmerkingen van de andere leerlingen en kon hij zich volledig op zichzelf focussen. Schervenklauw had hem verteld dat hij werd opgefokt door de anderen en daarom roekeloos werd, maar deze keer zou dat niet het geval zijn. Nu heerste er een aangename rust om hem heen en voelde het alsof hij nu pas echt kon beginnen met trainen. Ondanks dat Schervenklauw en hij vaak genoeg apart hadden getraind, voelde hij nog steeds een zware last op zijn schouders en prikkende ogen in zijn rug die hem zouden veroordelen voor elke fout die hij maakte. Maar hier, in het Duistere Woud, was dat niet zo. Hier voelde hij zich meteen thuis.

‘Ik weet al een techniek die we kunnen gebruiken van de WindClan om het te mixen met een beweging van de HemelClan. Natuurlijk zal hij niet meteen perfect zijn, maar daar kunnen we op oefenen.’ Hazenoor ijsbeerde heen en weer terwijl ze sprak en staarde naar de grond zodat ze het waarschijnlijk beter voor zich kon zien. Ondertussen keek Vliegpoot aandachtig toe met gespitste oren en nam alles in zich op. ‘Wat je de WindClan heel vaak ziet gebruiken is de sliding-aanval. Dat komt omdat wij het perfecte grondgebied ervoor hebben door de heuvels, maar een HemelClankat zou het ook makkelijk kunnen gebruiken. Op de WindClan na hebben jullie zo ongeveer wel het meest heuvelachtige gebied en in ieder geval wat steilere vlaktes dan anderen. Daarbij hebben jullie ook niet al te veel grondbegroeiing zoals de DonderClan, dus is het glijden over de grond wat makkelijker. Mijn idee was om tijdens een gevecht in je eigen territorium ervoor te zorgen dat je hogerop de heuvel staat dan je tegenstander, dan de sliding-aanval doet, en dan hoog moet springen – wat je kan want je bent HemelClan en desnoods gebruik je een van de bomen – zodat je weer op je vijand belandt voordat die wat kan doen. Maar dit moet allemaal erg snel gebeuren. Dus daarom is het eerste wat we gaan doen rennen.’

⊱─∘─•─∘─⊰ ☾✯☽ ⊱─∘─•─∘─⊰

Er waren een paar dagen verstreken sinds zijn eerste training in het Duistere Woud en Vliegpoot had het gevoel dat hij meer geleerd had in die enkele dagen dan in zijn hele leven. De eerste drie trainingen hadden voornamelijk alleen maar uit rennen bestaan, opdat het zijn conditie zou verbeteren, hij sneller zou worden en ook nog eens sterke poten zou krijgen. Daarna waren ze ook wat meer gaan vechten, eindelijk. Gelukkig was Vliegpoot zo verstandig geweest om niet te mopperen over het moeten rennen de hele tijd, want hij wilde gewoon beter vechten, maar toen het moment van vechten was aangebroken, had hij wel even getwijfeld. Ze vochten daar met ontblootte klauwen, wat hem niet helemaal beviel, maar hij had niet tegengestribbeld. Alleen nu had hij schram daar opgelopen en het zat er nog steeds de volgende ochtend. Hazenoor had me niet verteld dat ik mijn verwondingen mee zou nemen naar de échte wereld!

Toen Venkelpoot ernaar had gevraagd had hij maar snel gezegd dat het door een doorn was gekomen. Het baarde hem echter wel veel zorgen, want was het misschien nog opvallender dat hij in het Duistere Woud trainde. Wat zullen ze wel niet denken als ze daar achter komen? Zal Havikster me dan verbannen? Dat zou hij zijn eigen zoon toch niet aandoen? Hij wilde zichzelf overtuigen. Alleen de heuvel van zijn angst en verdriet was te groot, hoog en steil om te kunnen overheersen. Havikster had nooit echt van hem gehouden zoals Dillenaald en Meidoorntak van hun jongen hielden. Vliegpoot kon het lezen in hun blikken en Haviksters blik was altijd alleen maar duister geweest. Zijn pupillen waren meestal zo groot dat het soms wel leek alsof hij echt zwarte ogen had.

Nu was hij op weg naar de trainingsplek met Schervenklauw. Hij zou het vandaag tegen Lijsterpoot en Rafelpoot moeten opnemen en voor het eerst dacht Vliegpoot dat hij een kans maakte deze keer. Zijn mentor was erg aardig geweest en had zijn training aangepast op die van Hazenoor. Schervenklauw en Vliegpoot hadden namelijk ook heel veel gerend overdag om conditie en snelheid op te bouwen. Ook hadden ze zijn boomklim technieken verbeterd, wat goed van pas kwam bij Hazenoors verzonnen vechtbeweging. Ze waren alle drie tot de conclusie gekomen dat, hoe sterk Vliegpoots poten mochten zijn, hij met veel moeite zonder een boom op zijn tegenstander kon springen nadat hij onder hem was doorgegleden. Vandaar dat Vliegpoot van maanopkomst tot maanondergang tegen een boom in het Duistere Woud had moeten opspringen en later zich ook telkens moest afzetten als hij dat deed. In het begin was alles heel erg vermoeiend geweest. Dag en nacht trainen was zeker niet niks en het vereiste heel veel energie. Maar Vliegpoot ging op tijd naar bed, zodat hij nog even rust had voordat hij met Hazenoor ging trainen en later weer voordat hij wakker werd gemaakt door Schervenklauw. Ook tijdens zonhoog rekten Schervenklauw en hij de pauze die ze namen altijd, zodat Vliegpoot een beetje op adem kon komen. Vliegpoots ritme had zich al snel op alles aangepast, waardoor hij nu helemaal fit was voor het gevecht. En al wist hij dat er niks vanaf hing, toch voelde het alsof heel de wereld op zijn schouders lag en dat hij dit gevecht moest winnen.

‘Ben je er klaar voor?’ fluisterde Schervenklauw in zijn oor. Vliegpoot knikte vastbesloten en wierp een blik achterom naar Lijsterpoot, zijn eerste tegenstander. ‘Ik weet zeker dat je hem aankan!’ moedigde zijn mentor hem verder aan. De lichtblauwe ogen van de kater glommen van trots en schitterden als een door de zon verlichte beek. Ik kan dit, vertelde Vliegpoot tegen zichzelf terwijl hij diep ademhaalde. Ik kan dit. Ik kan dit. Ik kan dit! Hij draaide zich om en ging recht tegenover Lijsterpoot staan. De heuvel was rechts van hem en de afdaling links, wat dus betekende dat hij zo snel mogelijk naar rechts moest gaan. De bomen boven zijn hoofd waaiden rustig heen en weer en gaven Vliegpoot een ontspannen gevoel, totdat de wind een bekende stem met zich mee bracht.

‘Veel succes, Vliegpoot!’ prevelde het briesje in zijn oor. Hazenoor! Ze kijkt naar me! Hij trok zijn klauwen in en uit en spande zijn spieren aan. Nu had hij nog meer zelfvertrouwen. Lijsterpoot gaat eraan! De kleine grijze kater gromde diep en keek recht in de ogen van de leerling tegenover hem. Haar lichtgele ogen flitsten gevaarlijk, maar maakten Vliegpoot niet bang. In tegendeel, het gaf hem juist extra kracht om haar te verslaan. ‘Beeld je in dat ze een echte lijster is’, fluisterde Hazenoor nog een keer in zijn oor. ‘En pak haar aan net zoals je bij een echte prooi doet!’ Haar woorden klonken vals, maar Vliegpoot had het niet meer door en zat volledig in spanning af te wachten op het startsignaal. Zijn onderbuik begon hevig te kriebelen en hij werd een beetje misselijk. Nog nooit was hij zo zenuwachtig geweest voor een gevecht. Maar deze keer wilde hij Hazenoor en Schervenklauw niet teleurstellen. Dat kon gewoon niet.

‘En val aan!’ riep Witsnavel uiteindelijk. Lijsterpoot vloog onmiddellijk naar voren. Zij en Witsnavel hebben duidelijk aan hun snelheid gewerkt! dacht Vliegpoot verschrikt. Dat zal alles alleen nog maar erger maken! In zijn verstarde moment van angst, beukte Lijsterpoot hem naar achteren en sprong op hem. ‘Kom op, Vliegpoot!’ Hij voelde Schervenklauws blik op hem branden en met datzelfde vuur gooide hij Lijsterpoot van zich af. Hij schudde de spanningen uit zijn vacht en herpakte zichzelf helemaal. Ik weet ook dat hoe snel Witsnavel ook mag zijn, haar uithoudingsvermogen is ongeveer de zwakste van de gehele Clan, dus veel conditie zal Lijsterpoot ook niet hebben! Hij grijnsde grimmig. Niet meer dan ik in ieder geval!

Lijsterpoot brulde deze keer terwijl ze op hem afstormde en Vliegpoot deed net alsof hij vluchtte naar de helling van de heuvel. Snel draaide hij zich weer om naar en siste, waardoor de poes tot stilstand kwam. Eindelijk zag hij wat hij wilde zien in de ogen van één van de andere leerlingen: angst. Al flitste het snel voorbij in Lijsterpoots ogen, het was meer dan genoeg tijd voor Vliegpoot om aan te vallen. Hij sprong naar haar toe, maakte zich toen klein en draaide zich om. Op zijn rug gleed hij onder haar door en gaf haar toen een harde stoot in haar maag. Als dit een echt gevecht was geweest, had ik met mijn nagels haar buik opengereten!

Snel draaide zich om, sprong tegen de boom aan die naast hem stond en zette zich af. Hij vloog als een springende eekhoorn door de lucht en brulde. Hij voelde zich zo groot en sterk dat de vonken van hem af leken te spatten. Heel zijn lichaam stond in vuur en vlam en hij ging als een vallende ster naar beneden. Hij spannende zijn spieren aan en zodra hij Lijsterpoot lichaam onder zich voelde, duwde hij haar nog eens even extra hard naar beneden en bleef toen op haar staan. Schervenklauw juichte, terwijl de rest juist verschrikt naar adem hapte.

‘Hij ging zo snel als een WindClankat!’ mompelde Witsnavel bewonderend. Vliegpoots borst zwol uit zichzelf al op van trots en hij sprong met een vrolijke kreet van Lijsterpoot af. ‘Ik heb gewonnen!’ Hij rende naar Schervenklauw toe en drukte zich toen heel dicht tegen hem aan. Hij begroef zijn neus diep in de dikke vacht van de lichtgrijze kater en genoot van zijn overwinning. Schervenklauw gaf hem twee liefdevolle likken over zijn bol. ‘Ik ben zo trots op je, Vliegpoot! Je hebt zo hard gewerkt en je verdient deze beloning dubbel en dwars!’ Vliegpoot stapte weer achteruit en ontmoette glimlachend zijn mentors blik. Dit was de blik die Meidoorntak en Dillenaald ook hadden als ze naar hun kinderen keken. Of Havikster nu mijn echte vader is of niet kan me weinig schelen. Ik kies ervoor om te geloven dat Schervenklauw mijn vader is, besloot hij. ‘Bedankt pap’, murmelde hij en draaide zich toen snel om naar Lijsterpoot en de rest. Hij wilde niet dat Schervenklauw erop zou reageren, alleen dat hij het wist was al genoeg.

Zijn blijdschap werd nog groter toen hij zag hoe Rafelpoot Lijsterpoot uitlachte. Dan weet zij ook eens hoe het voelt! ‘Verloren van Vliegpoot! Hoe slecht kun je zijn!’ schaterde de donkerbruine kater met de warrige vacht. Lijsterpoot gaf hem een woedende klap met haar poot en slaakte een gefrustreerde kreet. Daarna stormde ze als een donderwolk weg en schoot Witsnavel snel achter haar aan. Meidoorntak keek Vliegpoot met glimmende ogen aan. ‘Zozo’, mompelde hij onheilspellend, ‘ik zie dat je hard gewerkt hebt. Maar als dat al zolang duurde, verwacht dan niet dat je ooit van Rafelpoot zal winnen.’ De grote, lichtbruine kater wenkte met zijn staart naar zijn leerling om zijn plek alvast in te nemen en Rafelpoot gehoorzaamde. Schervenklauw stapte naar voren en boog zich voorover. ‘Luister maar niet naar wat Meidoorntak zegt. Je kan Rafelpoot makkelijk aan, misschien nu nog niet, maar spoedig wel, dat weet ik zeker. Zelfs al moet je er hard voor werken, je hebt nu gezien hoe erg dat beloont.’

Vliegpoot knikte zijn mentor dankbaar toe en nam zijn plaats tegenover zijn medeleerling. Rafelpoot liet even zijn tanden zijn en glimlachte duister. Vliegpoots staartpuntje ging snel heen en weer en hij bereidde zich weer voor op het startsignaal. Toen het eindelijk kwam van Schervenklauw, schoot hij meteen naar links, om Rafelpoots aanval te ontwijken, maar hij sprong niet ver genoeg. De oudere leerling kon nog net zijn staart pakken en trok hem naar achteren. Toen was het eigenlijk al gedaan en greep Schervenklauw nog net op tijd in, zodat Vliegpoot geen wonden zou oplopen.

‘Maak je geen zorgen, dat was gewoon een dom ongelukje en volgende keer gaat het beter. Vergeet niet dat Rafelpoot al langer leerling is en –’ Vliegpoot kapte zijn mentor af. ‘Het is al oké, je hoeft me niet beter te laten voelen. Ik voel me al goed eigenlijk. Ik heb nog steeds gewonnen van Lijsterpoot en niemand pakt me dat meer af!’ Hij loog niet toen hij dat zei. Voor het eerst was hij niet teleurgesteld na het lijden van verlies. Deze keer maakte het hem helemaal niks uit. Hij had gewoon gewonnen van Lijsterpoot! Nu zal ik blijven trainen totdat ik dadelijk elke leerling aankan! Niemand zal weten wat hen overkomt als ik dadelijk de beste HemelClankrijger ooit wordt!

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.